INTRO: Alles interessant

 
Mijn twee kinderen hebben flink geprofiteerd van mijn werkzaamheden als dramaturg. En dan heb ik het niet over de beoefening van mijn vak buitenshuis. Ze vonden het best oké om mee te mogen – lees: te moeten – naar repetities van theatergroepjes waar hun moeder meehielp om de geïnspireerde chaos van geïmproviseerd materiaal betekenisvol te ordenen. Maar het grootste voordeel van een dramaturg als ouder lag binnenshuis, waar bijzonder weinig moraal aanwezig was ten aanzien van commerciëel kindervermaak. Zelf kom ik uit een nest waar de televisie met een gedegen wantrouwen werd bejegend: ‘Waar kijk je naar? Dit is toch niet echt leuk? Doe dat ding maar weer uit.’ 
 
Mijn kinderen hebben een moeder die alles even interessant vindt. De meest schreeuwerige Nickelodeon-cartoons bevatten genoeg om te analyseren. Hoe zijn ze opgebouwd? Wat voor vrouwbeeld spreekt er nou eigenlijk uit Totally Spies? En wat maakt dat mijn dochter daar geen genoeg kan krijgen? Mijn zoon was de enige van zijn vriendjes die het x-box-spel Grand Theft Auto, dat veel ouders te gewelddadig vonden, op zijn twaalfde al mocht spelen. Zijn moeder lag naast hem op de bank, volkomen geïntrigeerd door de eindeloze ruimte in het spel, en door de ingenieuze manier waarop spelers van GTA zelf op zoek moeten naar de verborgen opdrachten erin.
Waar bevriende ouders zuchtten en steunden over de Pokémon-rage, die de ene peperdure gadget na de andere op de markt bracht, was ik verrukt over de Japanse wezentjes die mijn zoon op zijn Gameboyspel verzamelde, omdat die zo’n bijzondere mix waren van natuur en technologie. De intussen afgedankte Gameboy, met de dikke vierkante Pokémonspellen en het prachtige hoesje waarop zo’n wezentje met superkrachten met gekleurd draad is geborduurd, ligt bij mijn gekoesterde spullen-van-vroeger, omdat ik er zulke mooie herinneringen aan heb.
 
Het enige nadeel dat mijn kinderen ondervinden van mijn dramaturgische blik, zijn de vragen die ik non-stop op ze afvuur. Als mijn zoon, nu eenentwintig, me een mooi muzieknummer laat horen, wil ik weten via welk medium hij dat heeft gevonden, of hij zijn muziek ook opslaat en hoe hij die met zijn vrienden deelt. Als mijn zestienjarige dochter zit te schateren over een stompzinnig filmpje op haar mobiele telefoon, en het in een zeldzaam gebaar van genereusiteit aan mij laat zien, wil ik weten of ze nou meer naar Snapchat kijkt dan naar Instagram. En hoe die twee communicatiekanalen van elkaar verschillen. Gisteren nog maakte ze in een geestige omkering duidelijk hoe irritant ze mijn gevraag vindt, naar de dingen die voor haar vanzelfsprekend zijn. ‘Jij zit steeds te schrijven achter zo’n com-pu-ter, maar hoef je daar dan geen pen meer voor te gebruiken? En als je een e-mail verstuurt, moet daar dan ook een postzegel op?’ 
 
Een moeder met een dramaturgische blik, is de oorzaak van veel kinderleed.
 
Door Marijn van der Jagt