#9 Online en offline kunst?

Heeft de digitale revolutie kunst veranderd? De tentoonstelling Electronic Superhighway in de Londense Whitechapel Gallery gaf een overzicht van vijftig jaar kunst onder invloed van computers en internet.


Zaaloverzicht van Electronic Superhighway

De tentoonstelling was omgekeerd chronologisch: bij binnenkomst werd ik meteen ondergedompeld in de hyperactieve en chaotische wereld van Grindr, games, hologrammen, virussen, selfies en felgekleurd oplichtende schermen. Boven was een zaaltje ingericht met werk van de eerste kunstenaars die in de jaren negentig kunst maakten in de vorm van websites. Ten slotte belandde ik bij het gedeelte waar werk te zien was van kunstenaars die experimenteerden met computers en netwerken, lang voordat het wereldwijde web bestond.

Opvallend genoeg had maar een handvol kunstwerken daadwerkelijk een actieve internetverbinding nodig. Voor de rest was het internet vooral aanwezig als thema of gereedschap. De net.artkunstenaars van de jaren negentig waren daar strenger in: hun kunst was puur bedoeld voor het internet, je moest het online bekijken op een computer. Alle andere manieren van tentoonstellen – aan de muren van een museum bijvoorbeeld – zouden potsierlijk zijn.

Sommige kunstwerken uit die tijd waren dan ook in hun originele online variant tentoongesteld. Olia Lialina’s My Boyfriend Came Back from the War (1996) bijvoorbeeld: die was zelfs op een computer uit 1996 te zien, compleet met het authentieke besturingsprogramma en ouderwets slome verbinding. Maar sommige werken die oorspronkelijk alleen voor browsers bedoeld waren, waren nu als filmpjes op de nieuwste flatscreens te zien. Blijkbaar was het interactieve, online element en de technologie van de drager voor deze kunstenaars niet cruciaal.

Schilderij gebaseerd op een chatroulette-conversatie van Celia Hempton (Boy with tats, Turkey, 26th June 2013, 2013)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Schilderij gebaseerd op een chatroulette-conversatie van Celia Hempton (Boy with tats, Turkey, 26th June 2013, 2013)

Dat zette me aan het denken: wanneer is iets eigenlijk ‘internetkunst’? Er hing bijvoorbeeld ook werk van Celia Hempton: ouderwetse olieverfschilderijen, een medium zo offline als maar kan. Maar de kunstenaar had ze gemaakt naar aanleiding van ontmoetingen op Chatroulette.

Kunstenaars gebruiken internet dus niet alleen expliciet voor de vorm (medium en materiaal), maar ook voor de inhoud (thema, onderzoekstool en manier van denken). De notie van online is eerder een state of mind dan daadwerkelijk verbonden zijn met het internet.

Maar is dan over een tijdje niet alle kunst internetkunst? Voor de generatie die nu opgroeit, is online zijn immers een volstrekt vanzelfsprekend gegeven: de kunstwerken die ze maken, bestaan hoe dan ook dus een beetje bij de gratie van internet.

Misschien dat we uiteindelijk alleen nog het onderscheid maken tussen kunst van voor en na de uitvinding van computers. De kunst van die eerste computerdecennia – die Electronic Superhighway probeert te canoniseren – kenmerkt zich door een bewust zoeken naar een verhouding met de gedigitaliseerde wereld. Maar met het vervagen van de grens tussen analoog en digitaal lijkt er vanzelfsprekendheid voor in de plaats te komen, zoals bij Hempton.

Die middag bezocht ik Tate Modern, waar de collectie tentoongesteld was aan de hand van het thema Media Networks. Hier nog geen online kunstwerken, maar wel een mooi overzicht van hoe kunstenaars de afgelopen eeuw reageerden op de impact van massamedia, advertenties, en technologie.

Wat bleek: de generatie van voor de Electronic Superhighway was evengoed gefascineerd door communicatie. Ze maakten kunst van kranten, posters, tijdschriften, reclames, radio’s en televisies. Wat dat betreft is er dus niet zoveel veranderd. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Babel (2001), een toren van radio's van Cildo Meireles


Door Marian Cousijn


Terug naar Enter the Writers