#9 Golem

De studenten van het Interactive Architecture Lab moeten een aantal keer per jaar hun onderzoek presenteren aan een groep kritische beschouwers. Ik was bij de presentaties aanwezig en bespreek er een aantal in de komende blogs.

Golem: Pneumatic modular kit

Binnen de opleiding is naast ecologisch en duurzaam denken, het beschikbaar maken van de ontwikkelde software voor een groot publiek open source software een belangrijk agendapunt. Juncheng Chen, Siyuan Jing en Lydia Zhou, drie studenten uit China, weten deze drie uitgangspunten in hun project Golem op een creatieve manier te integreren.

Ze begonnen bij de vragen: hoe kun je een architectonische structuur laten bewegen? Hoe ontwikkel je een kwalitatief hoogwaardig en aantrekkelijke motoriek?

De groep onderzocht het systeem van de Rolling Bridge van Heatherwick Studio en bekeken de projecten ontwikkeld door Hyperbody aan de TU te Delft, waar Lydia Zhou enige tijd studeerde. Dit bleken echter zeer complexe, energievretende en dure constructies.

De Nederlandse kunstenaar Theo Jansen daarentegen toont hele andere bouwsels. Zijn bewegende strandbeesten zijn creaties van lichtgewicht en goedkope pvc-buizen. De skeletten worden bewogen door ‘duw spieren’: door middel van luchtverplaatsing worden de ‘spieren’ langer, waardoor een beweging wordt geïnitieerd.

Theo Jansen laat zijn beesten langzaam evolueren. Hij ontwikkelt zijn ontwerpen door te bouwen en komt zo tot betere constructies. Hij laat de beesten los op het strand waar ze blootstaan aan harde wind en regen. De dieren die daar niet overleven – lees: niet bewegen – worden begraven.

De studenten waren zeer enthousiast over zijn prachtige creaties en gingen verder met het idee van ‘het uitrekken van de spier’. Na een aantal pogingen, kwamen ze uiteindelijk tot multifunctionele, duurzame en goedkope ‘air muscles’: elastieken waarin kleine hoeveelheden lucht wordt gepompt, aangestuurd door een Arduino . Met het oprekken en terugschieten van de elastieken, ontstaat beweging. Lucht vormt zo de belangrijkste energiebron om deze kinetische constructies te verplaatsen. Om de constructies te bouwen, ontwierpen de studenten verbindingsstukjes, die door een laser cutter worden uitgezaagd. Ze functioneren in het bouwsel als gewrichten: ze houden een aantal stokjes bijeen maar blijven ook bewegen.

Tijdens de presentatie van deze studenten, kwam vanuit de zaal een vraag: hebben jullie ideeën over een concrete vorm of toepassing? Het bleef stil. De studenten hadden nog geen beeld over hoe dit ontwerp de relatie tussen mens en machine kan beïnvloeden of welke wens of droom met deze nieuwe tools kan worden verwezenlijkt.

Vooralsnog laten de studenten het publiek deze vraag beantwoorden. Het ontwerp willen ze namelijk als open source en modulaire toolkit op de markt brengen. Mensen kunnen zo de verschillende componenten doorontwikkelen en al doende eventuele toepassingen ontdekken. Tijdens Cinekid wordt Golem als workshop aangeboden en kunnen kinderen met de onderdelen aan de slag.

Ik vraag me wel af, wat er met zo’n mooi idee gebeurt als de toepassing – en dus de verantwoordelijkheid – bij de gebruiker wordt gelegd. Wordt Golem  straks door een groot publiek omarmt en vervolgens door bedrijven verder ontwikkeld? Of sterft het idee een zachte dood omdat niemand weet wat de mogelijkheden zijn? Ontdekken mensen eigenlijk wel nieuwe toepassingen door zomaar met een techniek aan de slag te gaan? Of geven we gewoon dat wat we al kennen – telkens weer - een “nieuwe” vorm? Moet de mens bepalen in welke richting de technologie zich ontwikkelt? Of moet de natuur als voorbeeld worden genomen?

Is het sowieso niet beter om met een duidelijk doel voor ogen een technologie aan te bieden of door te ontwikkelen? De volgende groep studenten heeft hier een duidelijke mening over.
 

Door Marloeke van der Vlugt


Terug naar Enter the Writers