#6 Van Romeinse tempels tot hedendaagse naaktdans


Alsof Pippi Langkous is gaan samenwonen met een idealistische uitvinder op de rommelzolder van je dromen: zo ziet het atelier van Loop.pH in Noord Londen eruit. Grote jungleplanten slingeren langs het plafond en overal waar ik kijk zie ik schetsen voor installaties, grote doorzichtige bollen, next level knutselspullen en moodboards die zijn volgeklad met vragen over luchtvervuiling, waterkwaliteit en het leven in de grote stad.

Op een plank vlak onder het hoge puntdak ligt een grote bundel zilverkleurig materiaal. Het is Osmo (ondertitel: a beginners guide to constructing the universe), het kunstwerk dat dit jaar op het MediaLab van Cinekid te zien zal zijn. De makers, Rachel Wingfield en Mathias Gmachl van Loop.pH, vertellen erover aan de grote houten tafel die in het midden van hun wonderbaarlijke studio staat.

Marian Cousijn: Hoe kwamen jullie op het idee voor Osmo?
Rachel: ‘We werden gevraagd om voor een lichtfestival een installatie te maken in Canning Town, een Londense wijk met veel sociale problemen. De opdracht was vrij bizar: maak de sterrenhemel na onder een snelwegviaduct. We werken veel met stedelijke problematiek, lichtvervuiling is daar een goed voorbeeld van. De meeste stadsbewoners kunnen nooit de sterrenhemel zien. Tijdens een eerder project hadden we ontdekt dat de Romeinen hun tempels maakten door de sterrenhemel na te bouwen, donkere ruimtes met licht dat door het dak viel. Er was weinig tijd, weinig geld, en al snel kwamen we op het idee van een opblaasbare koepel’. 

Video: Osmo in Canning Town

Hoe hebben jullie Osmo gemaakt?
Mathias: ‘We gebruiken Mylar, een materiaal dat door NASA is ontwikkeld. Het is een soort zilverfolie en als je er een laagje afhaalt, valt er licht doorheen. Aan de hand van een database met informatie over meer dan 100.000 sterren hebben we bepaald waar we de gaatjes moesten etsen. Vervolgens hebben we alles met ons team – er werken soms wel 20 man in de studio – aan elkaar geplakt. Dat was veel werk, het hele atelier veranderde in een zee van zilverfolie’. Rachel: ‘Eigenlijk moeten we de instructies publiceren, zodat iedereen z’n eigen Osmo kan maken’.

In Osmo ben je offline, is dat een toevallige bijkomstigheid?
Rachel: ‘Mylar is een geleidend materiaal, dus Osmo werkt als een kooi van Faraday: elektromagnetische straling komt er niet doorheen. We zijn daar meer mee bezig: we hebben eerder bijvoorbeeld ook Faradaygordijnen gemaakt. Mensen associëren technologie met snelheid, hectiek en stress, maar je kan technologie ook inzetten voor wat we restorative placemaking noemen: ruimtes voor kalmte en contemplatie creëren. Dat doet Osmo ook: het is maar een heel dun membraan, maar je bent echt afgesneden van de buitenwereld. Het voelt bijna als een gewijde plek’.

Hoe gedragen mensen zich in Osmo?
Rachel: ‘Heel bijzonder! Er kwamen in Canning Town veel gezinnen. Op kinderen had Osmo een heel fysiek effect: ze bewogen zich alsof ze onder water waren. Ze gingen zwembewegingen maken, over de vloer rollen, naar de grond duiken. Toen dacht ik wel: wacht even, er ligt gewoon een betonnen vloer hieronder!

We hebben Osmo ook opgezet tijdens een TED-conferentie. Temidden van die hyperverbonden digitale wereld werd dat idee van offline zijn heel relevant. Er was zelfs een vrouw die zich door het werk aangesproken voelde om al haar kleren uit te trekken en naakt rond te dansen!’ Lachend: ‘Ze had daarvoor een lezing van Marina Abramović gezien, wellicht had het daar mee te maken. Maar ik vind het serieus een groot compliment: blijkbaar hebben we een ruimte gecreëerd waar je je veilig voelt om zoiets te doen’.
Mathias vult aan: ‘De ruimte is intiem en tegelijkertijd heel eindeloos. Het licht is ook geweldig: alles om je heen weerkaatst, dat geeft een heel magisch effect’.

Waar hebben jullie naar gekeken tijdens het onderzoek?
Mathias: ‘Moeilijke vraag. Waar hebben we niet naar gekeken?’
Rachel: ‘Vooral space: fantasieën over ruimtereizen, de aarde verlaten. We lazen veel van Buckminster Fuller: hij heeft een geweldig bewustzijn van de kosmos. De manier waarop hij theorie, filosofie en praktijk bij elkaar brengt, is heel inspirerend. Hij was zijn tijd enorm vooruit. Wanneer mensen hem vroegen of hij naar de ruimte wilde reizen, antwoordde hij: waar heb je het over, we zíjn al in de ruimte!’

Wanneer er technologie bij kunst komt kijken, heet het al snel geen kunst meer maar project, artistic research of design. Rachel, op jullie site omschrijf je je als designer, researcher and educator; niet als artist. Zien jullie jezelf als kunstenaars?
Rachel: ‘We werken als kunstenaars, maar omdat we zoveel uitstapjes maken naar vormgeving, architectuur en wetenschap wordt het veld waarin we ons begeven nog niet helemaal begrepen. Daarom noemen we onszelf een ‘Spatial Laboratory’: onze praktijk bestaat uit vragen en ideeën uitwisselen met heel veel disciplines’.
Mathias: ‘Het ligt er ook aan wie het vraagt. Onze passie is de stad, de publieke ruimte. We werken dus niet in de traditionele context van beeldende kunst: tentoonstellingen in musea en galeries’.

Een tentoonstelling in een groot museum is niet jullie ambitie?
Rachel: ‘God no! Dat zou vreselijk zijn. Dat soort plekken zijn toch wel een beetje exclusief, gereserveerd voor een bepaalde groep mensen. Bovendien hebben mensen bepaalde verwachtingspatronen wanneer ze een museum binnenstappen. In de openbare ruimte is het veel inclusiever, onverwachter en daardoor magischer’.

Mathias: ‘Onze werkwijze verschilt ook van die van mainstream beeldend kunstenaars. Die hebben vaak een idee in hun hoofd, dat ze precies zo willen uitvoeren. Bij ons is het meer een gezamenlijk proces. Er werken ongeveer twintig mensen bij Loop.ph en de studio heeft een platte, non-hiërarchische structuur. Samenwerking en open staan voor de ideeën van anderen is juist heel belangrijk. Dat vond ik eerst ongemakkelijk: je moet namelijk het idee van creatief eigendom loslaten en bijvoorbeeld mensen uit de buurt vragen om mee te denken. Maar zodra ik erachter kwam hoeveel dat oplevert, begreep ik waarom we zo moeten werken’.

Rachel: ‘Er zijn ontzettend mensen op deze planeet en we zijn zo met elkaar verbonden, dat het traditionele concept van artistieke originaliteit niet meer relevant is. Als je een nieuw idee hebt hoef je maar even te Googelen om erachter te komen dat iemand anders een soortgelijk idee heeft gehad. Het is niet meer belangrijk dat je de exclusieve eigenaar bent van een idee, maar dat je het uitvoert’.
Mathias: ‘Het idee van een briljant artistiek genie dat alleen maar de hele dag gouden ideeën uitpoept: dat is achterhaald. Het is lastig om dat los te laten, vooral als creëren je drijfveer is. Maar als je met de stad werken, moet je toegeven dat de mensen die er wonen veel meer weten dan jij’.

Werken jullie nog aan andere projecten die met offline zijn te maken hebben?
Rachel: ‘Niet letterlijk, maar restorative spaces zijn wel een rode draad door ons werk. The Chronarium was in zekere zin een vervolg op Osmo: een ruimte die helemaal in het teken stond van slapen, omdat zoveel mensen last hebben van slaapgebrek. We gebruikten technologie om een rustige, vredige ruimte te creëren. De gordijnen waren van stralingswerende stof, het kleurenspectrum werd langzaam teruggebracht, en er klonk rustgevende pink noise. Telefoons mochten niet meer naar binnen. Mensen stribbelden niet tegen, ze vonden het juist heel fijn om even verteld te worden wat ze moesten doen’. 

Denken jullie dat we betreft online zijn nu op het hoogtepunt zitten en dat het weer langzaam minder wordt? Of staan we pas aan het begin?
Rachel: ‘We worden er alleen nog maar erger in ondergedompeld, denk maar aan augmented reality. Het wordt alleen onzichtbaarder, geïntegreerder. We hebben een zoon van vier en ik ben heel bewust van zijn relatie met technologie. Hij is er totaal aan gewend; je ziet dat zijn brein zich er helemaal op heeft aangepast. Het zorgt ook voor filosofische vragen: dan vraagt hij aan mij of iets echt is. Alles is echt: de realiteiten raken gemixt en onze hersenen passen zich daarop aan. Ik denk dat het voor onze generatie heel belangrijk is om nog de keuze te hebben om echt te kunnen unpluggen. Maar wij zijn de oudjes: misschien heeft de volgende generatie er wel geen behoefte aan’.

Zijn jullie wel eens offline?
Rachel: ‘Eigenlijk nooit. Aan de ene kant is het heel mooi dat je altijd met je vingertoppen verbonden bent met de mensen die belangrijk voor je zijn. Maar soms zou ik dat ding echt uit het raam willen gooien. Het is een heel welkome gedachte om even uit te kunnen pluggen’. Lachend: ‘Binnenkort gaan we kamperen, daar hebben we niet zo’n goed signaal!’

Door Marian Cousijn

 

Terug naar Enter the Writers