#6 Het vormgeven van gedrag

Spoor 2: The Interactive Architecture Lab

Ruari Glenn, kunstenaar en onderzoeker, weet heel goed wat hij wil leren van de wereld om ons heen, namelijk: haar ‘gedrag’[1]. Hij leidt de ‘postgraduate’ opleiding Interactive Architecture Lab te Londen, waar ik hem sprak.

Ruari: Ik ben geïnteresseerd in het ontwerpen van ‘gedrag’ en de vertaling hiervan naar de architectuur. Op bestaande architectuuropleidingen zijn de docenten vooral geïnteresseerd in de buitenkant; hoe ziet iets eruit. Gebouwen lijken bijvoorbeeld op verleidelijke bloemen of ingenieuze schelpen, maar reflecteren niet dat wat er werkelijk buiten, in de natuur gebeurt. Gedurende het ontwerpproces kijkt de architect niet naar de eigenschappen van de bloem, de fysieke kenmerken van de onderdelen, hoe en waarom de bladeren zich openen. De betrokkenheid met deze levende systemen is dus erg oppervlakkig.

Onze eerste zorg bij het IAL is dit ‘gedrag’: we ontwerpen objecten en machines die zich op een bepaalde manier gedragen gedurende een bepaalde tijd, die kunnen leren, zich kunnen aanpassen of ontwikkelen. Vervolgens kijken we naar de narratieve en communicatieve eigenschappen van deze objecten en ruimtes.

Marloeke: Zou je dit ontwerpproces kunnen omschrijven?

Ruari: We onderzoeken hoe iets beweegt en de intelligentie die hierachter schuilt. Een dennenappel bijvoorbeeld sluit zijn schubben wanneer het vochtig is. ‘Tumble weed’ blijft rollen om zaden te verspreiden. Qua materialen valt er veel te ontdekken ten aanzien van akoestiek, isolatie en duurzaamheid. Ook de fysiologie van het menselijk lichaam biedt inspiratie. Een goed voorbeeld hiervoor is Steve Collin’s Passive Dynamic Robot. Collin ontwierp een robot die zich voortbeweegt zonder elektriciteit, sensoren of bepaalde hardware. De robot bestaat slechts uit metalen buizen, veren en gewichten maar is in de juiste menselijke configuratie in elkaar gezet, waardoor de armen en benen gecoördineerd ten opzichte van elkaar bewegen. Door middel van een klein zetje, loopt de robot nu volledig zelfstandig een rechte weg af.

We willen bij IAL dus eerst van onze omgeving leren, voordat we - potentieel giftige - elektronica en batterijen toevoegen. Ik geloof dat deze kennis onze omgeving beter zal maken: mooier, duurzamer en economisch voordeliger.

Op de site profileert IAL zich juist met het onderzoek naar technologie. Als kunstenaar werkt Ruari al jaren met robotica en elektronica. Grote trots van zijn afdeling vormt het zeer uitgebreide lab met alle mogelijkheden op het gebied van sensoren, robotica, genetwerkte en responsieve technologieën. De studenten krijgen duidelijk de opdracht op vernieuwende wijze met dit aanbod te werken.

Marloeke: Hoe kan technologie worden ingezet bij het vertalen van de verzamelde kennis naar een concreet object of ruimte?

Ruari: Ik ben gefascineerd door het feit dat mensen heel emotioneel reageren wanneer ze ‘gedrag’ herkennen in - ofwel projecteren op - een object of ruimte. Deze reactie is zo sterk omdat het verschillende tegenstrijdige gevoelens in ons opwekt: we weten dat het niet kan, maar toch willen we geloven dat het object leeft. Technologie biedt mogelijkheden om dit krachtige gegeven te vertalen naar ontwerpen die mensen verleiden of ‘lokken[2]’.

Maar met welk doel? vraag ik me af. En, bekeken vanuit het thema interactiviteit: wordt hier een omgeving ontworpen waar ik nog enige invloed op heb? Hoe ziet Ruari de verhouding tussen de mens en zijn ontworpen ‘levende’ architectuur?

In mijn volgende blog meer…



[1]          Hij spreekt over ‘behaviour’ dat een iets uitgebreidere betekenis in het Engels heeft, namelijk: gedrag, houding en wandel.

[2]          Zijn exacte woorden waren: “to ‘lure’ people”.

 

Door Marloeke van der Vlugt

 

Terug naar Enter the Writers