#4 Internetkunst in een galerie: hoe ziet dat eruit?

 
Een tienermeisje staart in de webcam. Haar houding is een puberale combinatie van verveling en obsessie met haar digitale reflectie: een moderne Narcissus. Ze probeert wat voorgeprogrammeerde video-effectjes uit – het begint te sneeuwen, er komen pizza’s door het beeld gevlogen.
 
De Amerikaanse kunstenaar Petra Cortright begon in 2007 met het maken van dit soort filmpjes, die ze op YouTube zette. Sommige critici zien in Cortrights vroege werk een voorspelling van de selfiemania die de wereld niet veel later zou overspoelen. Haar vroege werk wordt nu als belangrijke kunst beschouwd. 
 
Société in Berlijn toont op dit moment haar tweede solotentoonstelling. De galerie zit verstopt in een woonkazerne: ik moet aanbellen om in een hofje te komen, en dan op goed geluk een deur in – nergens staat iets aangegeven. In een bruin geschilderd trappenhuis dat naar sigarenrook ruikt, schalt tacky synthesizermuziek me tegemoet. 
 
In een hoge ruimte met krakende houten vloeren wordt een nieuwe video gebeamd: Cortright dartelt parmantig heen en weer, hyperbewust van de webcam die typische selfieposes uitlokt: een hand door het haar, het hoofd een beetje schuin, de felrood gestifte lippen iets getuit. Dan zet ze een video-effect aan dat het beeld in allemaal blokjes opdeelt, als een schuifpuzzel. Verder gebeurt er niet zoveel. 
 
Er is meer te zien naast deze voortzetting van het vroege werk. Zo maakte Cortright een gigantisch Photoshopbestand, bestaande uit honderden beeldlagen: een soort visuele stream of consciousness. Het is het resultaat van eindeloze online sessies op zoek naar plaatjes, gevolgd door al even eindeloze photoshopsessies die de kunstenaar in een staat van hypnose schijnen te brengen. Uit de beelden spreekt nostalgie naar inmiddels verouderde internet-beeldcultuur (zoals de plaatjes van met dauw bedruppelde rozen die ik herken uit de tijd van Hyves) maar ook het plezier van experimenteren met de eindeloze mogelijkheden van Photoshop.
 
Het bestand heeft ze vervolgens gebruikt als basis voor fysieke kunstwerken zoals bedrukte vlaggen. In tegenstelling tot de strengere vroege internetkunstenaars, heeft Cortrights generatie er geen problemen mee om ook offline kunst te maken. Sterker nog, het werken met textiel zie je bij meer internetkunstenaars terug: denk aan de wandtapijten van Rafaël Rozendaal, de zijden sjaals van Hendrickje Schimmel, Cory Arcangels beddengoed van een Photoshop gradient-demonstratie of Geoffrey Lillemons sjaals
Blijkbaar is er, ook bij de generatie die immateriële online kunst maakt, een drang naar een tastbare, fysieke structuur. En wie weet speelt het stiekem ook mee dat een vlag makkelijker verkoopt aan een kunstverzamelaar dan een filmpje op YouTube.  
 
Petra Cortright, Die Rose, Société Berlin: t/m 28 mei
 
 
Meer zien:
 
Door Marian Cousijn