#4 Hoofse liefde in tijden van internet

Sommige dingen zijn moeilijker geworden nu er smartphones bestaan en er overal wifi is. Doen alsof je een e-mail nog niet gelezen hebt, bijvoorbeeld. Met de ene vriendin wél appen en de andere een dagje laten wachten op antwoord. Wachten is iets vervelends geworden dat je iemand kan verwijten. De vrijheid om je eigen tijdstip te kiezen voor een antwoord, is verdwenen. De romantiek van het wachten ook. 
 
Het opzetten van een ‘penvriendschap’ met een verre vriend, waar ik de afgelopen tijd twee keer enthousiast aan begon, is lastig. Gaan zitten voor een uitgebreide e-mail lijkt nog wel op het schrijven van een lange brief, waarin je even stilstaat bij je eigen leven en bij dat van je vriend of vriendin, maar de snelheid van het internetverkeer ondermijnt de ruimte die er vroeger in een briefwisseling zat. Onmiddellijk antwoord krijgen, is helemaal niet de bedoeling. Je beperken tot woorden is ouderwets als je ook filmpjes kan sturen of skypen.
 
Toch bestaat er wel degelijk nog zoiets als hoofse liefde, zelfs onder de jeugd van tegenwoordig. Kijk maar eens naar het MTV-programma Catfish, dat momenteel een vijfde seizoen beleeft met lekker veel afleveringen. De wanhopige jongeren die de twee speurneuspresentatoren om hulp vragen bij het opzoeken van een internetgeliefde die een ontmoeting of een facetime-gesprek uit de weg blijft gaan, hebben vaak al jaren met diegene ‘gecorrespondeerd’ via whatsapp, smsjes en mailberichten. De snelheid van deze communicatiemiddelen heeft de intensiteit van het contact verhevigd: bij elke gebeurtenis in het leven van de internetgeliefden konden ze elkaar steunen, al was het midden in de nacht. 
 
Dat ze elkaar nooit lijfelijk hebben gezien, en soms zelfs elkaars stemgeluid niet kennen, vormt geen beletsel voor het opstuwen van de liefde. Met woorden kan je elkaar tot grote opwinding brengen, en het trillen van een smartphone die dicht op de huid wordt gedragen, werkt als een fysieke aanraking. Maar wat elke Catfish-aflevering pijnlijk duidelijk maakt, is dat er bij internetliefde contactzoekers bestaan die de vrijheid nemen om zichzelf een nieuwe identiteit aan te meten. Achter de beeldschone profielfoto waar de jongeren die Catfish om hulp vragen, op zijn gevallen, blijkt soms een eenzame figuur schuil te gaan die in niets op zijn of haar profielfoto lijkt. 
 
Wat Catfish zo’n intrigerend programma maakt, is de vasthoudendheid waarmee de hulpzoekers ondanks tekenen dat er van alles niet klopt, blijven geloven in het wonderbaarlijke geluk dat hen ten deel is gevallen met zo’n verblindend knappe geliefde. De fysieke afstand en het uitblijven van een ontmoeting, bood vrij spel aan de kracht van de fantasie. Pas bij een daadwerkelijke ontmoeting valt de droom in duigen. Hevig teleurgesteld over het verregaande en langdurig bedrog, druipen de hulpzoekers af. De presentatoren, die over opmerkelijk veel levenswijsheid beschikken, wijzen er altijd op dat het intense contact tussen de geliefden óók reëel was. Het was hoofse liefde. Maar de romantiek van dit begrip, blijkt de teleurgestelde hulpzoekers als het bedrog is uitgekomen, niet zo veel te zeggen. 
 
Door Marijn van der Jagt