#4 Een expositie van halffabricaten?

In onze westerse maatschappij waarin een constante stroom selfies, talloze mogelijkheden tot participatie en het Do-It-Yourself principe hoogtij vieren, zou je verwachten dat kunstpubliek openstaat voor interactie en meedoen. Toch is dit niet altijd het geval. Ik zie vaak dat mensen bij interactieve kunst wachten tot anderen ‘het gaan doen’ om vervolgens deze participanten te observeren. Ook neemt men niet altijd de tijd om verschillende interactiemogelijkheden te ontdekken en te proberen. 
 
Een kunstwerk dat interactief is, lijkt op een halffabricaat. Er zijn participanten nodig om het werk ‘af’ te maken. Dit vraagt een bepaalde houding van het publiek; alleen observeren is in de meeste gevallen niet voldoende. Iets of iemand moet actie ondernemen - en tijd investeren - om zo het eindproduct te kunnen ervaren.
De locatie waar zo’n kunstwerk wordt getoond, heeft natuurlijk invloed. Binnen de witte muren van het museum geldt nog steeds de impliciete regel: stilte en afstand houden tot het werk. Hier is de drempel om te participeren heel hoog.
 
De interactieve installatie PPI’s 1-3 toonde ik in zo'n witte ruimte: Z33, het centrum voor actuele kunst in Hasselt. Hoewel de mogelijkheid tot interactie duidelijk was en zelfs stond aangekondigd, bleven mensen aarzelen. Het publiek bleek het spannend te vinden dat - door deel te nemen – de verantwoordelijkheid voor het functioneren van het werk naar hen zou verschuiven. En daarbij, de meeste mensen willen het graag ‘goed’ doen, al helemaal in een semi-publieke ruimte waar een publiek je observeert. Maar wat is goed in dit geval?
 
Hier ligt dan ook de crux: een interactief werk reflecteert ons eigen handelen, onze beslissingen en de consequenties daarvan. Zeker interactieve technologie fungeert als een spiegel, een spiegel die niet alleen mijzelf als participant reflecteert maar tevens mijn handelen als input neemt, dit bewerkt en hierop reageert*. De interactie zegt dus iets over onszelf in relatie met onze omgeving en laat ons deze relatie ervaren. 
In Z33 bleek de oplossing eenvoudig: ik gaf geen extra uitleg maar moedigde de wisselende gidsen en suppoosten aan om zelf actief te onderzoeken. De meesten vonden het een uitdaging om zo een eigen mening te vormen en namen er ruim de tijd voor. Het observerende publiek zag deze andere rol voor de suppoosten en gidsen als dé legitimatie om zelf ook actief te worden en de uitnodiging tot interactie te accepteren.
 
* Vrij naar David Rokeby, Transforming Mirrors, Suny Press, 1996
 
Door Marloeke van der Vlugt