#3 Hoe centraal staat de mens in de evolutie?


Hoe te denken over een wereld waarin menselijke belangen niet de hoogste prioriteit hebben? Is zo'n wereld mogelijk? Is technologische vooruitgang en innovatie mogelijk wanneer deze ontwikkelingen niet (primair) in dienst zouden staan van de mens? Moeten we dat willen? En aan welke criteria kunnen we die vooruitgang nog toetsen?
 
Denk aan ons groeiende bewustzijn van de duurzame relatie die we hebben met de planeet, en de wens om deze planeet leefbaar te houden. Een bewustzijn dat groeit naarmate we meer inzicht hebben in de gevolgen van ons menselijk handelen op grote schaal. Maar terwijl dit bewustzijn groeit, groeit ook de schade die we aan de planeet toebrengen.
 
Dergelijke paradoxen zijn ons mensen niet vreemd. We willen vaak het een, terwijl we het ander doen. Niemand heeft gezegd dat we zullen slagen, maar we proberen het, en heroïseren ons falen in een betekenisvol narratief, verpakken het als een teken van onze onverzettelijkheid. En ons falen is nooit een permanent falen, want aan de horizon gloort er altijd hoop; als er één ding is dat niemand van ons kan afpakken dan is het onze hoop.
 
Als filmmaker en verhalenverteller doe ik hier volop aan mee. Ik ben ervan overtuigd dat ongeacht onze plek in het geheel, onze menselijke ervaringen het waard zijn om gearticuleerd te worden. Omdat wij nu eenmaal de enigen zijn die deze unieke ervaring ondergaan en deze kunnen uitspreken en overdragen aan tijdgenoten en volgende generaties.
 
Een van de documentaire karakters in mijn film Bodkin Ras is Eddie; een lokale Schot die zijn dagen in de Eagle bar verslindt. Hij had twee zonen die zich allebei op jonge leeftijd hebben verhangen. Wanneer we Eddie in interviewvorm horen spreken vertelt hij over zijn verlangen tot verandering. Dat verlangen blijft abstract, maar de eerste stap daarin is; niet meer drinken. Toch zien we hem elke ochtend dezelfde kroeg in gaan, waar hij nog voor het middaguur lammetje zat is. Het feit dat hij elke dag iets doet dat hij niet wil doen, en zich hier bewust van is maar het toch doet, maakt hem zo menselijk in mijn optiek. Zijn verhaal resoneert met abstracte verlangens van het publiek omdat het zo herkenbaar is. En ondanks het feit dat alles dat we zien het tegendeel bewijst, is er toch hoop. De film eindigt met de woorden: “I will try.”
 
Denken over een intelligentie die niet gekenmerkt wordt door falen is denken over het einde van het menselijk narratief. Niet het einde van de wereld. Integendeel. Wij waren nooit zo goed in het beschermen van onze planeet, maar boy o boy wat kunnen we er goede verhalen over vertellen. 
 
Door Kaweh Modiri