#2 Altijd online?

 
Wat betreft online zijn heb ik niet echt een beleid. Soms vind ik het fijn om m’n telefoon de hele dag niet bij me te hebben, de volgende dag check ik gedachteloos om de halve minuut of er weer een nieuw (meestal totaal onbelangrijk) bericht is binnengekomen en voor ik het weet verdwijn ik voor drie kwartier in de vortex die social media heet. Meestal het laatste eigenlijk. Internet kan desastreus zijn voor mijn focus: wanneer ik me echt moet concentreren, is de stekker van de router eruit trekken soms het enige dat werkt.
 
De komende tijd ga ik voor Enter the Writers het thema online - offline onderzoeken. We bespraken het tijdens onze eerste bijeenkomst. Paulien Dresscher, hoofd nieuwe media bij Cinekid en curator van het Media Lab, zei dat e-mails checken het allereerste is wat ze doet zodra ze ’s ochtends haar ogen opent. Mensen die tijdens een WhatsApp-gesprek ineens niet meer reageren, begrijpt ze niet. Schrijver Dirk Vis had het juist over een plankje in zijn huis waar hij zijn telefoon opbergt: alleen als hij het ding echt nodig heeft, moet hij daarheen lopen om 'm te pakken. Ik wilde van allebei meer weten.
 
Paulien: De vrijheid van altijd bereikbaar zijn
Als ik Paulien mail, heb ik binnen een paar minuten antwoord. Wanneer ik kan bellen? Altijd eigenlijk. Bijvoorbeeld die middag, terwijl ze onderweg is in de auto. Paulien: ‘In 1996 had ik voor het eerst een mobiele telefoon. Ik kon bellen terwijl ik op het strand lag, dat vond ik zó bijzonder! Mensen die om negen uur op hun werk aankomen en hun mail nog niet hebben gelezen: dat vind ik dus echt onbegrijpelijk’. Het is niet echt een bewust beleid om altijd bereikbaar te zijn; het is meer zo gegroeid. ‘Het hoort bij mijn werk en bovendien woon ik op een schip, dus ik heb niet eens een vaste telefoon. Juist het feit dat ik bijna altijd bereikbaar ben, geeft me heel veel vrijheid. Het is ook een kwestie van time management: als ik tijdens een vlucht heel veel werk verzet, heb ik daarna tijd over voor andere dingen’.
 
Ook tijdens vakanties blijft Paulien online. ‘We gaan vaak met de boot op vakantie, dan gebruik ik apps om te navigeren. Maar ik check ook zakelijke e-mail. Juist daardoor kan ik drie weken op vakantie. Als ik niet bereikbaar ben, wordt het alleen maar ingewikkeld’. Is ze dan echt altijd online? ‘Ik zie ook wel in dat het niet goed is om de hele dag in zo’n bubbel te zitten. Wanneer ik op de pont naar Amsterdam Noord sta, raak ik m’n telefoon bewust niet aan: dan kijk ik gewoon om me heen. En tijdens het eten leg ik ‘m ook weg, dat is wel zo sociaal tegenover mijn familie. Soms is het ook wel een ramp trouwens: laatst klikte ik tijdens het werken gedachteloos op een grappig filmpje dat ik voorbij zag komen. Bleek het een virus te zijn: het werd naar al m’n contacten gestuurd en ik moest m’n wachtwoorden veranderen. Dat was wel een beetje een koekje van eigen deeg.’
 
Dirk: Soms heb je gewoon geen zin
En wanneer kan ik Dirk even bellen? Hij mailt terug: ‘Ik zet van 19:00 tot 19:02 altijd mijn iPhone aan’. Een grapje natuurlijk, maar Dirk heeft duidelijk een ander beleid dan Paulien. Zijn telefoon ligt thuis eigenlijk nooit binnen handbereik, er staan nauwelijks apps op, alle meldingen staan uit. Hij had ‘m nu speciaal aangezet omdat hij wist dat ik zou bellen.
 
Dirk: ‘Discipline is heel belangrijk als je wilt schrijven. Op sommige gebieden mag ik van mezelf helemaal mateloos zijn, met lezen bijvoorbeeld. Maar op andere gebieden leg ik mezelf regels op. De telefoon komt m’n slaapkamer niet meer binnen, en hij gaat pas aan nadat ik ’s ochtends koffie heb gedronken en een paar artikelen heb gelezen. Ik heb alle notificaties uitgezet: ik wil zelf bepalen wanneer ik op mijn telefoon kijk, in plaats van dat de telefoon dat met meldingen dicteert’.
 
Het idee van het telefoonplankje kreeg Dirk toen hij als begeleider van een kinderkamp werkte. ‘De kinderen gebruiken daar de hele week geen elektriciteit. De begeleiders mogen wel telefoons meenemen, maar die zitten opgeborgen in een kistje en je gebruikt ‘m alleen als het echt nodig is, bijvoorbeeld om je geliefde even te bellen’. Vinden Dirks vrienden het niet irritant dat hij zo vaak onbereikbaar is? ‘Nee, zij waren er juist eerder mee. Ik merkte dat ze soms gewoon even niet reageerden op mijn berichten en toen dacht ik: o ja, dat kan natuurlijk ook gewoon. Als iemand bij je aanbelt, een Jehova's getuige of iemand die aan de deur iets probeert te verkopen, heb je soms ook geen zin om open te doen. Dus waarom zou je wel altijd meteen opnemen wanneer iemand opbelt?’
 
Toch maar een plankje
Ik herken veel in beide verhalen. Maar anders dan Paulien gebruik ik de tijd dat ik online ben niet echt efficiënt: als ik nog in bed lig heb ik gewoon echt geen zin om al mails te gaan beantwoorden. Dus waarom open ik ze dan eigenlijk? Uit gewoonte, uit verveling, of omdat ik een beetje verslaafd ben. Misschien is het ook wel iets voor mij, zo’n telefoonplankje.
 
Door Marian Cousijn