#11 Afhankelijk van de internetkabel

Je merkt pas hoe veel je leunt op een apparaat als het ding wegvalt en jou aan het wankelen brengt. Mobiel ineens kapot? Geen vriend of collega, geen moeder of kind waarvan je het nummer nog uit je hoofd blijkt te kennen. Internetkabel in de straat gebroken? Geen soep- of lasagnarecept dat je ergens in een schriftje hebt opgeschreven. Voor toegang tot een digitaal extern geheugen is verbinding een vereiste.

Laatst zag ik jongeren in een theatervoorstelling Wikipedia afstruinen voor informatie over Goethes roman Die Wahlverwandschaften. Het idee achter de voorstelling was om ‘een oud boek’ uit 1809 om te zetten in dans. Een decennium geleden was het onderzoek naar dat oude boek over de rusteloze liefdesperikelen tussen twee jonge stelletjes een onzichtbaar onderdeel geweest van de voorbereiding, en hadden de jonge dansers een voorsprong gehad op de toeschouwers. Nu werd het publiek tegelijk met de spelers ingelicht: via een projectiescherm lazen we samen wat de googelende danser op het externe geheugen van zijn laptop vond. Studieus markeerde hij belangrijke passages over de schrijver en het thema van het boek, vergrootte interessante plaatjes uit en begon een verslag in zijn eigen woorden te typen, wat een inzichtelijke opmaat zou blijken voor de gedanste taferelen die volgden. Alleen de grootste nabijheid, zo heette de voorstelling van jeugdgezelschappen fABULEUS en DOX. Die grote nabijheid ontstond niet alleen voor onze ogen tussen de dansers, maar tijdens dat openbare struinen naar informatie ook tussen de dansers en het publiek.

Bij zijn verdediging van de kritiek op zijn iPad-school beweerde Maurice de Hond deze week in de Volkskrant dat de kinderen van nu wezenlijk anders informatie verwerken dan de generaties vóór hen. Onzin, riep een criticus van De Honds digitale onderwijs, in het wezen van kinderen is helemaal niks veranderd. Lees Goethes Wahlverwandschaften en je moet de criticus gelijk geven. Tweehonderd-en-tien jaar geleden kampten jonge stelletjes in de nabijheid van aantrekkelijke leeftijdsgenoten die ze níet konden krijgen met dezelfde onzekerheid en vertwijfeling (lees: keuzestress) als de online-jongeren van deze tijd. Maar de aandachtsspanne van jonge mensen is niet meer geschikt om een boek te lezen, zou Maurice de Hond tegenwerpen. Wellicht. De ervaring wijst ook uit dat kinderen én volwassenen alleen hun langetermijngeheugen inschakelen als het moet. Zolang de mobiele telefoon het onthouden van telefoonnummers overbodig maakt, en culinaire websites je favouriete recepten standby heeft, besteedt het brein de opslag van informatie uit. Ik heb Goethes Wahlverwandschaften ook niet gelezen, en weet er dankzij Wikipedia nu toch best het een en ander vanaf. Ik heb het oude boek gedanst zien worden, en heb de onrust van Goethes personages gevoeld in het zinnelijke aantrekken en afstoten van jonge lichamen.

Je vraagt je wel af hoe het met zo’n voorstelling moet als de wifi in het theater het niet doet of de aanvoerkabel in de straat van het theater breekt. Dan moeten we het doen met het sensorische geheugen van de dansers, met de gevoelens en bewegingen die hun lichamen hebben opgeslagen. Kan je altijd bij thuiskomst Goethe nog googelen. Als het internet het daar tenminste doet.

Door Marijn van der Jagt

Terug naar Enter the Writers