Bussemaker ziet Cinekid als voorbeeld in digiwijsheid

Minister Bussemaker ziet Cinekid als voorbeeld in digiwijsheid

Minister Bussemaker ziet Cinekid als voorbeeld in digiwijsheid, dat komt naar voren uit het verslag van de kamercommissie OCW (14 juni) met de staatssecretaris en de minister. 

De Staatssecretaris heeft al veel gezegd over jongeren en het onderwijs. Er gebeurt ook buiten het onderwijs veel in het kader van digiwijsheid, bijvoorbeeld vanuit de cultuurhoek. Ik heb vorig jaar de Europees Commissaris voor Onderwijs en Jeugd rondgeleid bij Cinekid. Dat was oorspronkelijk bedoeld als filmfestival voor jongeren en is uitgegroeid tot een van de grootste, zo niet het grootste digitale vaardighedenfestival voor jongeren. Daar kwam niet alleen de Europees Commissaris, maar ook tal van internationale deskundigen. Ze wilden leren van wat daar gebeurt. Het kan namelijk ook spelenderwijs. Iedereen die kinderen heeft, weet dat die je in hoog tempo inhalen. Daar heb ik ook last van. Het is dus van groot belang dat we die generatie het spelenderwijs laten doen. Dat doen we met publieke middelen met Cinekid, maar ook door private bekostiging. Ik noem de Donald Duck, die onlangs een speciaal nummer over programmeren heeft uitgebracht. De heer Klöpping speelt daarin de hoofdrol. Hij heet dan net iets anders. Dat was in een vakantie. En passant heeft de Donald Duck programmeercursussen voor kinderen georganiseerd.

Privaat, publiek, in de cultuurwereld, in laaggeletterdheid, in volwasseneneducatie, los van wat het onderwijs sec doet, gebeurt er dus heel veel. De vraag is hoe we dit alles in een goede context kunnen plaatsen. We doen dat door te stimuleren en te ondersteunen, door belemmeringen weg te nemen, door vrijheid te geven en af en toe een kleine financiële impuls beschikbaar te stellen. Vervolgens zorgen we ervoor dat de netwerken goed samenwerken, want dit is bij uitstek een verantwoordelijkheid van initiators in een netwerksamenleving. Ik ben daar niet ontevreden over, zeker niet in het hoger onderwijs. Ik ben trots op het voortouw dat onze instellingen nemen. Waar ze dat nog niet doen, maar het wel nodig en wenselijk is, geven wij ze af en toe een duwtje in de rug.